Een lieve cliënt, moeder van twee jonge kinderen, kwam voor de derde keer bij mij voor een pedicurebehandeling. Ze stond aan de deur en ik zag haar achterom kijken: ze had haar twee kinderen bij zich. Ze excuseerde zich al bij binnenkomst. “De oppas kon niet, ik moest ze meenemen. Ze zijn heel geïnteresseerd in wat er hier gaat gebeuren.” De vijfjarige liep meteen door naar boven. De driejarige was heel verlegen en durfde niet goed mee met mama en mij.
Uiteindelijk was iedereen boven en konden we beginnen. Terwijl ik de behandeling startte, gingen de kinderen meteen op ontdekkingstocht. Ze liepen de kamer uit, keken rond, zochten leuke plekjes. Ze kwamen weer terug. Kastjes gingen open. Vragen kwamen onafgebroken. Wat is dit? Wat doe je? Mag ik dit zien? Mama, doet het pijn? Mama, mag ik op schoot. De cliënt ging van de behandelstoel af en liep naar de stoel waar beide kinderen samen op moesten zitten. Ze kregen het mobieltje van mama om een filmpje te kijken. Dat ging goed, totdat de driejarige van de stoel afviel en het mobieltje uit de handen viel. Hij huilde ontroostbaar en ik zette hem bij mama op schoot. Moeder verontschuldigde zich voor alles.
Ik probeerde de kinderen steeds meer te vermaken. Ze kregen een cadeautje, een gummetje in de vorm van een voetje, het meisje van vijf kreeg een kinder-enkelbandje de jongen van drie een anti-stressballetje. Even waren ze iets rustiger. Uiteindelijk gaf ik ze, na goedkeuring van mama, een chocolaatje om ze zoet te houden.
En toen… vonden ze de knopjes van mijn behandelstoel. Ze mochten een keer drukken. De stoel ging op en neer. Nog een keer. En nog een keer. Ik zei: “nee, dat doen we niet.”
Mama zei niets, ze kon ook niet zoveel. Tegen mij vertelde ze dat de kinderen een korte spanningsboog hebben, vooral de oudste.
Toen ik even later om me heen keek, zag ik het pas echt. Chocoladevingers. Overal. Op de afstandsbediening van de stoel. Op mijn spullen. Op de vloer.
Mijn hoofd was een complete chaos. De behandeling. De kinderen. Het gehuil. De rommel. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel en het idee dat ik deze moeder moest helpen. Ik voelde de spanning in mijn lijf stijgen. Dit was geen rustige werkplek meer. Dit was de behandeling uitzitten en wensen dat het snel voorbij ging. Toen er was betaald, de jassen aan waren en de deur achter hen dichtging, begon het laatste werk. Schoonmaken. Opruimen. Ontsmetten. De stoel afnemen. Alles weer op orde brengen. En ondertussen mezelf herpakken. Diep, diep ademhalen. En doorrrr…!
Tien minuten later stond de volgende cliënt alweer voor de deur. En ik? Ik schakelde. Zoals we dat allemaal kunnen doen. Maar wel moe. Vanaf nu geldt voor mij: mijn praktijk is een werkplek. Geen speelruimte. Geen ontdekkamer. Geen chocolade in een snoeppot. Rust is geen luxe in dit vak, het is een voorwaarde.
Soms loopt een dag anders dan je hoopt en soms leer je iets over grenzen, ook als het je overkomt, mag je eerder een grens aangeven.
En terwijl ik die avond de deur achter me sloot, wist ik: dit was ook gewoon een dag uit mijn pedicureleven.