Er komt een meneer de praktijk binnen. Hij loopt een beetje moeilijk met zijn rechtervoet.
“Er zit wat in,” zegt hij. “Waarschijnlijk een likdoorn. Die heb ik overigens nog nooit gehad.”
Terwijl hij gaat zitten en één schoen uitdoet, vertelt hij rustig verder. Hij wandelt veel. Twee honden, dus er moet veel gelopen worden. Samen met zijn vrouw maakt hij graag wandeltochten door Nederland. Sinds ze met pensioen zijn, doen ze veel leuke dingen samen. Ook op de kleinkinderen passen hoort erbij, dat vindt hij belangrijk.
Hij zegt dat hij misschien wat vaker preventief naar de pedicure zou mogen gaan. Maar ja, dat schiet er een beetje bij in. En, voegt hij er een beetje voorzichtig aan toe, hij is ook wel een beetje zuinig. Hij kan er zelf nog bij, dus dan doet hij het liever zelf. Het hoeft allemaal ook niet zo netjes van hem.
Zoals meer mannen doen, doet hij alleen de schoen en sok uit van de voet waar iets mee is. De andere voet bungelt nog naast de stoel, gewoon met schoen en al.
Ik bekijk de grote teen van zijn rechtervoet. Er zit flink wat eelt dat ik voorzichtig wegsnijd. Als het eelt weg is, zie ik een donkere kern.
Een wrat?
Nee, daar lijkt het niet echt op. Het is maar één puntje en de structuur is anders dan ik van een wrat gewend ben.
Met het mesje krijg ik het er niet goed uit. Ik pak een pincet en trek het voorzichtig los. Tot mijn verrassing komt er een dun, lang en scherp stukje tevoorschijn. Het lijkt op metaal en blijft helemaal intact.
Ik desinfecteer de plek en laat de splinter aan meneer zien. Hij kijkt er net zo verbaasd naar als ik. Hij heeft werkelijk geen idee waar het vandaan kan komen. Ik vraag of hij misschien metaalbewerking als hobby heeft gehad. Dat klopt wel, zegt hij, maar dat is al jaren geleden. Aan zijn schoenen is niets bijzonders te zien, de binnenzool ziet er goed uit en als ik voel naar naadjes, voelt de schoen glad.
Ik vraag hem thuis eens goed te kijken waar het probleem vandaan kan komen. Misschien in zijn schoenen, op plekken waar hij op sokken of op blote voeten loopt, wellicht in zijn pantoffels? Hij gaat op onderzoek uit.
Vijf dagen later staat meneer weer in de praktijk. Hij heeft opnieuw last. Het voelt bijna hetzelfde, maar dan net op een andere plek. Ik kijk opnieuw, moet even snijden en ja hoor… er komt weer zo’n lang stukje metaal tevoorschijn, al lijkt deze iets lichter van kleur.
Nu wordt het echt een raadsel.
Ongeveer een maand later komt meneer weer binnen na het maken van een online afspraak.
“Je mag nog een keer mijn pijn weghalen,” zegt hij, “maar ik kan je nu ook laten zien waar het door komt.”
Hij haalt twee oude steunzolen uit zijn tas. Versleten. In beide zolen zit precies ter hoogte van de hallux een klein gaatje. Onder mijn loeplamp zie ik het meteen. Rondom de plek zitten hele fijne, glasachtige vezels. Dit is de vulling van de steunzool.
Ai.
Deze zolen zijn al heel lang in gebruik. Meneer geeft een beetje verlegen toe dat dat klopt. Hij kan zich niet eens meer herinneren wanneer hij ze heeft gekocht. Hij draagt ze alleen in zijn wandelschoenen… die hij vrij veel draagt.
Hij heeft maandag al een afspraak bij de podotherapeut om nieuwe steunzolen te laten maken. Ik raad hem aan om zijn oude schoenen mee te nemen en het verhaal daar ook te vertellen.
Dat gaat hij zeker doen.
Hij is vooral opgelucht dat we de oorzaak hebben gevonden en dat ik hem erop heb gewezen om op onderzoek uit te gaan. Dat bespaart hem waarschijnlijk nog veel pijn, tijd en geld…
Dit was weer een bijzonder moment in mijn pedicureleven.

